Boerderij te Heusden O.-Vl.

Boerderij te Heusden O.-Vl.

Boerderij te Heusden

Boerderij te Heusden

maandag 1 december 2008

Emile Van Vooren, huisbewaarder en beschermheer van Gentse kunstenaars

Ik vond op de website van Literair gent de volgende pagina:
Met daarin de volgende passage: “In Les hors-le-vent levert het verhaal La cuisine des fous een merkwaardige getuigenis. De toenmalige huisbewaarder van de universiteit had zijn woonkamer-portiersloge naast de zuilengalerij van de aula. Hellens maakte er een Cuisine des fous van. De portier deelde de ruimte niet alleen met een haan, een kip, enkele duiven en een kanarievogel, overdag ook met Jules Verwest, Dessenis, Cies de Kalle alias la Cornelle (de Kraai), Jules de Bruycker en nog anderen... Zij allen maakten van deze loge hun “standplaats”, vooral omdat ze er gratis in de warmte konden werken en op koffie of soep bij hun boterham werden getracteerd. De authenticiteit van deze details – in het Gentse verhaal nochtans ficftief, verzonnen en dus absurd – was voor de auteur doorslaggevend voor wat Léon Picard ooit Hellens’ le fantique réel noemde: “waarheid op zichzelf fantastisch; de fantastiek bestaat dus echt ”.

Wat het geheel nog echter maakt is het onderstaande schilderij gemaakt door mijn grootvader, welk ik vermoed over deze bewuste portier te gaan.

De heer Jean-Paul Den Haerynck, assistent aan de Gentse Bibliotheek liet mij het volgende weten:
Over Jules Verwest hebben we merkwaardig genoeg nog een andere specifieke bron die Hellens' Cuisine des fous in gelijkaardige bewoordingen beschrijft, uit diens werk kunnen we zelfs afleiden dat Hellens hier nauwelijks iets gefantaseerd heeft. Deze Duitstalige auteur heeft het werk van Franz Hellens ook absoluut niet gelezen.
Het gaat om professor Herman Nohl (zie het lemma op www.literair.gent.be ). De beschrijving komt voor in de brievenuitgave van Nohls correspondentie tijdens W.O.I, toen hij deel uitmaakte van de economische inspectie van het Duitse bezettingsleger in Gent; in 2005 uitgegeven door Walter Thys onder de titel: Ein Landsturmmann im Himmel: Flandern und der erste Weltkrieg in den Briefen von Herman Nohl an seine Frau.
De "keukenscene" beslaat ca. 1 pagina en staat in de brief van 03.05.1917 (p. 190-192); dit & andere fragmenten zullen opgenomen worden op de website van Literair Gent (in voorbereiding). Ik kan u eventueel een digitale scan van die pagina sturen, waaruit dit typerend citaat:

"In diesem kaum 2m breiten, 3m langen Kammern haust der 68[jährige] Mann mit seiner Idylle zwischen der monumentalen Fassade und der monumentalen Vorhalle mit seinen Hunden, seiner Katze, seinem Huhn und seinen Vögeln, und unzähligen Bildern und Figuren, Schnitzwerk und Raritäten... (...) Wenn er zu heftig gestikulierte, dann fing das Huhn vor Angst an zu krähen, dazu der flackernde Ofen mit seiner Küchenwärme, die Esstöpfe und Teller und Gläser und sonstigem Kochgerät zwischen den Bildern, es war köstlich (...) Ich kann mir gar nicht denken, wie er sich von diesem Nest zwischen den Riesensäulen wird trennen können, um in irgend einem Miethaus zu wohnen, in dem alle seine Erinnerungen fehlen."

Walter Thys heeft in voetnoot bij het genoemde fragment verwezen naar Hellens' verhaal en nog enkele verduidelijkingen opgenomen, die u kunnen interesseren:
De portier waarvan sprake, was Emile van Vooren (1849-1921); hij was vanaf eind jaren 1880 tot 1919 "pedel en huismeester" van de universiteit of de door de Duitsers vervlaamste "Hoogeschool". Jules Verwest wordt er genoemd als schilder van "Home de notre ami Emile" (1909); ik vermoed dat het om hetzelfde schilderij gaat als wat u aanhaalde.

Emile van Vooren wordt door Herman Nohl ook aangewezen als dé stimulator voor de kunstenaars die "hun standplaats" in de portiersloge hadden.

In het fragment wordt ook nog verwezen naar de Nederlandse kunstenaar Maurits Niekerk (1871-1940, woonde tussen 1898 en 1905 in St-Martens-Latem, later in Brussel en Parijs) die in de beschreven portierswoning bij de aula & in het bijzijn van o.a. Jules de Bruycker een portret van deze huismeester heeft gemaakt.
Jules de Bruycker zelf zou hem hebben afgebeeld op een van zijn in Engeland gemaakte werken van "vluchtelingen", hoewel de huismeester na W.O.I in België bleef. Misschien eens kijken op de website: www.julesdebruycker.be

Meer informatie over Van Vooren en zijn vrienden is te vinden in : S.R. de Vriendt-Mores & R. Van de Walle: "Emile van Vooren, huisbewaarder en beschermheer van Gentse kunstenaars", opgenomen in de reeks Oostvlaamse zanten, jg. 65 (1990), nr. 2, p. 95-104 (aanwezig in de bibliotheek Gent/Zuid)waar ik de volgende tekst uit kopieerde.


Aanleiding tot dit artikel is een merkwaardig schilderij uit de Gentse verzameling De Vriendt-Mores. Het bewuste doek, gepenseeld door Jules Verwest en gedateerd 1909, stelt een interieur voor dat onmiddellijk doet denken aan een rariteitenkabinet. De blik van de toeschouwer wordt als het ware automatisch geleid naar een kalende man die sereen tussen tal van schilderijen, boeken en snuisterijen, de krant leest.

Eerder toevallig ontdekten de eigenaars van dit schilderij een werk van Alphonse Dessenis met de voorstelling van een nagenoeg identiek interieur. Enkel de 'krantlezende' man ontbreekt. Op zichzelf uiteraard geen wereldschokkende ontdekking, maar toch een vaststelling die tot nadenken stemt. Waarom, bijvoorbeeld, hebben twee gekende kunstenaars dit interieur vereeuwigd? In welke relatie stonden die kunstenaars met deze woonkamer? Wie is de kalende man?

Na heel wat zoekwerk menen wij op deze vragen een afdoend antwoord te kunnen geven.

Een tentoonstelling anno 1914


In 1914 werd in Galerij Taets aan de Zonnestraat te Gent een expositie gehouden met werk van o.a. Jules Verwest en Alphons De Cuyper. Deze kunstmanifestatie vindt veel weerklank in de lokale en nationale pers. Onder de talrijke recensies vermelden we die van Paul Bergmans, kunstcriticus en hoofdbibliothecaris van de Gentse universiteit, verschenen in de "Féderation Artistique" te Brussel op 31 mei 1914: D'un voyage en Italie, A. De Cuyper et J. Verwest rapportent de bonnes impressions. Plus âgés que leurs camarades, ils sont en possession d'un métier plus sur et leurs études se distinguent par la solidité du dessin, la justesse de coloris. Le 'Marché aux légumes à Venise', la 'Cavalcade' de Verwest sont des pages méritoires et qui ont été fort appréciées. Notons encore de Verwest l’ home de notre ami Emile', intérieur bien observé et pittoresquement rendu." Het onderwerp van onze studie is precies het schilderij 'Home de notre ami Emile'.

Jules Verwest, leerling van Armand Heins

Jules Verwest, schilder van het interieur dat ons aanbelangt, werd op 25 augustus 1883 te Gent uit een kunstenaarsgeslacht geboren. Reeds op jeugdige leeftijd ontluikt in hem de kunstminnaar en nauwelijks veertien jaar oud gaat hij in de leer bij de gerenommeerde Gentse schilder-lithograaf Armand Heins. Nadien volgde hij lessen aan de Gentse Academie voor Schone Kunsten met als leermeesters Louis Mast, Jan Delvin, Jules Van Biesbroeck en Louis Tijdgat. Als lid van de kunstkring 'Kunst en Kennis' neemt hij deel aan diverse groep tentoonstellingen. Maar het is pas na een rondreis in Italië (1913) in het gezelschap van Alphonse De Cuyper, dat het succes zich aandient. Tijdens en na de Eerste. Wereldoorlog - tot 1920 - verblijft hij in Nederland en in 1931 wordt Verwest benoemd aan de stedelijke Academie van Kortrijk. Hij overlijdt te Heusden (O.-VI.) op 1 juni 1957.
Voor de wereldtentoonstelling te Gent in 1913 ontwerpt hij verschillende muurschilderingen. Hij werkt voor architecten, schildert portretten, maakt boekillustraties, ontwerpt decors, enz. In opdracht van de S.M. Vooruit vervaardigt hij diverse grote doeken in verband met de arbeidersstrijd(De Vriendt, J. & Vaernewijck, J., De schildersfamilie Verwest, in: Vlaamse Stam, s.l., 1969, jg.5, p. 3-12.).
Zoals het wel eens meer gebeurt, behoren familie en vrienden tot de eerste kopers van het werk van een jong kunstenaar. Tijdens de tentoonstelling van 1914 in Galerij Taets koopt de neef van J. Verwest het doek 'Home de notre ami Emile'. Die neef was niemand minder dan de vader van de huidige eigenaar, Jacques De Vriendt. Bij de aankoop verstrekte Verwest aan zijn 'neef-koper' volgende inlichtingen over het tafereel:
"Mijn vriend Emile is conciërge in de Volderstraat. Ik ga er dikwijls naartoe en ontmoet er andere artiesten zoals Jules De Bruycker, Cies de Kalle ... Wij beschikken er over zijn keuken als een goedkoop werkatelier, genieten er gratis warmte en Emile zorgt voor koffie of soep bij onze boterham "( Mededeling van de heer J. De Vriendt, waarvoor hartelijk dank.). Hoger hebben wij aangestipt dat nog een andere kunstenaar de woonkamer van Emile schilderde, m.n. AJphonse Dessenis( Het was die 'ontdekking' die ons er toe aanzette op zoek te gaan naar meer bijzonderheden omtrent het voorgestelde interieur, zijn bewoners en zijn bezoekers.
). Deze kunstenaar is in 1874 in Gent geboren en in 1952 overlijdt hij in Wemmel. Tussen 1901 en 1922 verblijft hij in Sint-Martens-Latem waar hij vriendschap sluit met Van den Abeele, Minne, de Saedeleer, Van de Woestijne, enz, Zijn eerste werken zijn veelbelovend en vooral impressionistisch van inslag. Na 1922 verhuist hij naar de Brusselse regio, waar hij zich meer en meer zal toeleggen op het schilderen van kastelen. Uiteindelijk zal zijn werk banaal en oppervlakkig worden. Terloops weze opgemerkt dat het Museum van Volkskunde een werk van deze kunstenaar bezit(4).

Emile Van Vooren, huisbewaarder aan de Rijksuniversiteit
'L'Ami Emile', waarvan reeds herhaaldelijk sprake, is een zekere Emilius Van Vooren, geboren op 7 juli 1849 in de Kerkstraat te Waarschoot. Wanneer hij zich in Gent vestigt is niet bekend. In de registers van de burgerlijke stand vernemen wij dat hij op 23 januari 1878 in het huwelijk treedt met Carolina Leperck, kamenierster, geboren te Gent op 22 oktober 1848. Uit dit huwelijk wordt een dochter, Maria-Carolina, geboren op 18 juni 1883. Het meisje zal echter op 21 maart 1894 overlijden. Op dat ogenblik wordt inhet overlijdensregister genoteerd dat haar vader, Emile, 'concierge' is en in de Volderstraat woont.
De echtgenote van Emile overlijdt een jaar later, in 1895, terwijl hijzelf het tijdelijke met het eeuwige zal verwisselen op 21 oktober 1921.

Emile Van Vooren, beschermer der schone kunsten ... en kunsthandelaar?

Ongetwijfeld moet ‘L’ami Emile' rond de eeuwwisseling een bekend figuur geweest zijn onder de lokale Gentse kunstenaars. Zoals elders reeds vermeld, oefent hij het beroep uit van 'conciërge' en woont hij in de Volderstraat. Nader onderzoek leert ons dat Emile Van Vooren huisbewaarder is van de Aula aan de Gentse universiteit: in de "Wegwijzer van Gent" van 1914, lezen wij dat in de Volderstraat 13, Van Vooren woont, "poortier Hoogeschool"(In de “Guide des Voyageurs dans la ville de Gand” van Auguste Voisin(1831) lezen we:”A quatre marches au-dessus du niveau de la rue, le péristyle à huit colonnes donne entrée pa rune grande porte dans un vestibule entouré d’une galerie à double etage, bâti dans le style des thermes anciens. La porte a 20 pieds de largeur sur 36 de haut. A droite et à gauche dans le portique sont ménagées des loges pour le portier et les personnes chargées de veiller à la conservation de ce monument. » ).
Blijkbaar was de huiskamer - tezelfdertijd 'conciërgeloge' - van Emile een toevluchtsoord, een verzamelplaats voor Gentse kunstenaars zoals Dessenis, Verwest, Van de Walle, De Bruycker en de Gentse Franstalige auteur Franz Hellens. Deze laatste vond er vooral inspiratie voor zijn magisch-realistische verhalen.
Een duidelijke verwijzing naar deze huiskamer als een soort van kunstenaarsoase vinden wij bij F. Hellens waar hij het heeft over zijn ontmoetingen met Jules De Bruycker: "Nadien ging ik hem (= J. De Bruycker) opzoeken in zijn atelier in het Patershol, niet ver van het marktplein {. . .}. Ook Sis de Kalle werkte daar: een soort dakloze, zwervende schilder, die ik later nog terugzag in de keuken van de huisbewaarder van de Universiteit, een zonderlinge en ietwat dazige eenzaat, keuken waar ook andere originelen zich troffen en waar De Bruycker elke dag zijn tot individuele caricaturen doorgewerkte portretten ging tekenen. Uit het geregeld frequenteren van deze plaats en van deze mensen is de idee geboren mijn 'Cuisine des fous' te schrijven. "(6. Hellens, F., De gedachtenis van Jules De Bruycker, in: Eeckhout, P. (red.), Catalogus ;tentoonstelling Jules De Bruycker, Gent, 1970. )
Uit deze 'nota's komt duidelijk tot uiting dat de keuken van Emile een merkwaardige plaats moet zijn geweest. Om hierover meer te vernemen zijn wij dan op zoek gegaan naar de novelle 'La Cuisine des fous' ...
Franz Hellens, franstalig auteur met een Gentse ziel
Vooraleer die 'gekken-keuken' nader te beschrijven, willen we even blijven stilstaan bij de figuur van Franz Hellens - pseudoniem voor Frédéric Van Ermenghem - de auteur van de bewuste novelle.
Hij werd geboren te Brussel op 8 september 1881 als zoon van de beroemde bacterioloog Prof. DI. Van Ermenghem, verbonden aan de Gentse rijksuniversiteit en ontdekker van de bacil van het gevreesde botulisme(Vergiftiging door het gebruik van ,met bepaalde bacteriën geïnfecteerde spijzen.). Zijn jeugdjaren bracht hij aanvankelijk door in Wetteren, later verhuisden zijn ouders naar Gent. Evenals andere letterkundigen Maeterlinck, Verhaeren, Rodenbach, Van Lerberghe - studeerde hij aan het jezuïetencollege'Sint-Barbara' te Gent. Nadien volgde hij lessen aan de rechtsfaculteit van de Gentse hogeschool en maakte carrière als hoofdbibliothecaris van het parlement. In 1950 vestigde hij zich te La Celle-Saint-Cloud, in de nabijheid van Parijs, waar hij met zijn echtgenote een eerder teruggetrokken leven leidde, maar op het vlak van de literatuur toch zeer bedrijvig bleef. Uiteindelijk keerde hij naar Brussel terug, waar hij in 1972 overleed.
Franz Hellens liet een indrukwekkend oeuvre na, zowel op het vlak van de proza als van de poëzie. Blijkbaar zat het schrijven hem van jong af in het bloed. Reeds op zestienjarige leeftijd signeerde hij zijn werk onder het pseudoniem 'Franz Hellens'. Deze naam ontleende hij merkwaardig genoeg aan een Gentse stokerwijnhandelaar. In Gent woonde de familie Van Ermenghem aan de Kortrijksesteenweg. Frédéric ging te voet naar het college en zo kwam hij dagelijks voorbij de firma van wijnkoopman Hellens. Blijkbaar moet die naam om één of andere reden een diepe indruk hebben gemaakt op Frédéric Van Ermenghem, want het is onder de schuilnaam 'Franz Hellens' dat hij wereldvermaard zou worden. De eigenlijke F. Hellens, stoker-wijnhandelaar, zal niet diezelfde bekendheid genieten. Toch is hij niet in de vergetelheid verzonken, want in 1876, ter gelegenheid van de Pacificatiefeesten, lanceerde F. Hellens een nieuwe likeur "Amer Stomachique de la Pacification ". Hiervoor liet hij een aantal prachtige etiketten ontwerpen waarop de praalwagens van de Pacificatiestoet worden afgebeeld(In het Gentse Museum voor Volkskunde wordt een reeks van die etiketten bewaard).
Franz Hellens schreef uitsluitend in het Frans: "Hij was voor alles een in het Frans schrijvend, Vlaams auteur, en hij kwam daar rond voor uit. "(. Guiette, R., Frans Hellens overJeden, 29 januari 1972 (krantenknipsel).) Zijn werk werd vertaald in niet minder dan twintig talen, w.o. in het Russisch en Japans. Bij was bevriend met letterkundigen en kunstenaars van over de hele wereld, zo bijvoorbeeld illustreerden J. De Bruycker, L. Delvaux, enz. zijn werk. In 1933 ontving hij voor zijn verhalenbundel "Fraicheur de la Mer" de driejaarlijkse staatsprijs voor proza en in 1963 ontving hij de eremedaille van de stad Gent. Later weigerde hij alle eerbetoon.
"Hij (Franz Hellens) was geobsedeerd door Gent [ ... j. Zijn visie op de dingen spruit voort uit het geheimzinnige, het irreële, het fantastische van de droom." (Guiette, R., o.c.) Hellens was zonder- meer een voorloper van het magisch-realisme en het surrealisme. Omstreeks 1920 stichtte hij 'Le Disque Vert', een tijdschrift dat het nieuwe ideeëngoed, o.a. het surrealisme, aankondigde.
In 1906 verscheen zijn eerste verhalenbundel "En ville morte", geïllustreerd door J. De Bruycker. In 1909 kwam de bundel "Les Hors-Ie- Vent" van de pers, in hetzelfde jaar dat Jules Verwest het schilderij 'Home de notre ami Emile' schildert. Precies in die verhalenbundel is de novelle 'La cuisine des fous' opgenomen(Het heeft ons heel wat moeite gekost om dit geschrift op de kop te tikken. Onze oprechte dank aan Prof. DL Angelet, die het werk ontdekte aan de K.U.Leuven. De novelle 'La cuisine des Fous' verscheen in de bundel 'Les Hors-Je-vent', Brussel, 1909.)Bet werk was spoedig uitverkocht en zou pas in 1959 herdrukt worden. De personnages die hierin voorkomen roepen de karikaturen op van een Jules De Bruycker. Zelfs omschrijft Hellens 'Les horsvent' als: "Les hommes qui se mettent à J'abri du vent, qui se terrent pour se défendre de l'élement stimulant. .. Ce sont les réfugiés de l'immobilisme ... balayures humaines, pour la plupart. "( Van Severen, G., Les 'Hors-Ie-vent' de Franz Hellens, in: La FIandre LibéraIe, 30 maart 1966.) Meer bepaald in 'La cuisine des fous' komt die magische sfeer tot volle ontwikkeling: een steegje, een zolderkamer, een zuilengalerij van een wetenschappelijke tempel, een oude hond, een bizarre huisbewaarder, gekke kunstenaars ... Kortom, een mysterieus oord dat enigszins als een voorloper van de veel latere 'Caves de Saint-Germain-des-Prés' in Parijs zou kunnen aangezien worden(Begin de jaren zestig kwamen in deze gelegenheid kunstenaars, filosofen en politiek geëngageerde figuren bijeen. Sommigen onder hen zullen tijdens de mei-revolte van 1968 een leidinggevende rol spelen.).



La cuisine des fous

Het ligt uiteraard niet in onze bedoeling de volledige novelle hier in vertaling te brengen. Wij beperken ons tot het aanhalen van enkele anekdotes waaruit moet blijken dat de omschrijving van de portiersloge als 'cuisine des fous' geenszins overdreven is.

Op een grijze winterse avond gaat de Franstalige schrijver Hellens op bezoek bij Emile Van Vooren, die in het verhaal 'Monsieur Charles' wordt genoemd ... (Hier zou de bedenking kunnen gemaakt worden of F. Hellens met de naam 'Charles' niet refereert naar de Gentse uitdrukking "'t is nen raore SjaoreJ".).
De woonst van L’ami Emile' situeert zich binnen de zuilengalerij van de aula van de universiteit in de Volderstraat. De kamer waarin Emile leeft doet enerzijds dienst als keuken maar ook als 'neerhof ... (. Zoals verder uit het verhaal zal blijken, liepen daar een hond - luisterend naar de naam 'Fifille' -, een spichtige haan, een zieke kip, enkele, duiven en een kanarievogelrond. De term”basse-cour” of neerhof is in dit geval niet misplaatst) De huisbewaarder •moet toch wel een merkwaardig figuur geweest zijn, want bij de enen is hij geliefd - vooral bij kunstenaars - terwijl hij door anderen wordt verafschuwd of benijd. F. Hellens behoort ongetwijfeld tot de eerste categorie: 'I .. J Charles m'apparaissait comme un homme attachant, d'un& âme instinctive et large, dont l'amitié me faisait rêver, comme la mer mouvante dans la nuit. .. ".
Sedert Emile weduwnaar is geworden, legt hij zich hartstochtelijk toe op het verzamelen van sigarenkistjes, die hij opstapelt tot wat hijzelf "zijn bibliotheek" noemt. Wanneer hij Hellens een sigaar van een nieuw merk aanbiedt, stelt hij die voor als een "nouveau livre".
Zoals we reeds hoger vermeldden, stierf zijn vrouw "die veel van processies hield en communicanten aankleedde" in 1895, nauwelijks een jaar nadat hun dochtertje overleed. F. Hellens stipt aan dat Carolina uit een venster viel en op het plaveisel voor de aula te pletter stortte, terwijl Maria-Carolina aan tuberculose stierf. Emile blijft op een min of meer onnatuurlijke wijze met zijn dierbaren verder leven. Zo vertelt hij over zijn dochtertje dat zij 'Dood in de ogen had en tekenen van de dood op de wangen ". Verder noteert Hellens dat Emile geobsedeerd wordt door de tegel waarop zijn vrouw neerstortte, hij kan soms urenlang naar die plavei staren ... Op andere ogenblikken kan hij als het ware in een transcendente toestand verkeren en communiceren met zijn overleden verwanten:
"Qui I... Je crois que les femmes sont descendues dans ma tête I... ce n'est que depuis qu' elles sont mortes ... Cela s'est mis en moi, quelque part, tout d'un coup ... ".
Zoals men kan vaststellen vertoonde 'Monsieur Charles' wel enkele eigenaardige karaktertrekjes. Niet te verwonderen dat marginale kunstenaars en een magisch-realistisch schrijver zoals een Franz Hellens zich tot een dergelijke figuur aangetrokken voelden. Niet te verwonderen dat anderen hem uit de weg gingen ...
'Iedere avond, precies om 18 uur, wordt er op het venster (van de portiersloge) getikt; het is de Kraai, een lange magere figuur volledig in het zwart gekleed. Zonder een woord te zeggen zet hij zich aan tafel waarop hij een brood legt. Mr. Charles schenkt een kop koffie in, terwijl hij vraagt wat hij, de Kraai, vandaag heeft gebeeldhouwd. De Kraai antwoordt dat men hem niet laat slapen. Iedere nacht wordt hij door een bende wakker gemaakt en moet hij noodgedwongen de nacht op straat doorbrengen [. . .] Inmiddels is een haan komen opdagen, die aan het brood van de Kraai begint te pikken.,. "In ogenblikken van helderheid citeert de Kraai artikelen uit het strafwetboek, een boek waarmee hij permanent onder de arm loopt. Deze merkwaardige figuur die duidelijk aan achtervolgingswaanzin lijdt, woont in een torenkamertje van het klooster der Geschoeide Karmelieten in het Patershol, "en voisinage avec des chauve-souris et. des rats."

De kunstenaar die. door Hellens 'la'Corneille' (de kraai) wordt genoemd, is .niemand minder dan Georges Van de Walle, bijgenaamd 'Cies de Kalle', geboren te Gent in 1861. Hij is vooral bekend als landschap- en dierenschilder. Een tijdlang verblijft hij in Sint-Martens- Latem waar hij gebruik mag maken van het atelier van Fritz Van den Berghe. Als gevolg van zijn krankzinnigheid wordt hij in het Guislain-instituut opgenomen, waar hij in 1923 overlijdt(16. De aanduiding van de 'Kraai' als beeldhouwer kan waarschijnlijk toegeschreven worden aan de schroom van F. Hellens die geen al te duidelijke vereenzelviging wenste met de op dat ogenblik nog in leven zijnde kunstschilder Georges Van de Walle. )
Met de zin: "Le dessinateur occupait dans la cuisine du concierge une place marquée.,." introduceert F.Hellens een andere kunstenaar. " il y faisait ses meilleurs études. Deze 'dessinateur' is ongetwijfeld de vermaarde Gentse etser Jules De. Bruycker.

Uit de verdere tekst blijkt dat Mr. Charles in een berghok tal van kunstwerken bewaart, die hij voor 'zijn' beschermelingen verkoopt: "Les .collectioneurs venaient de loin le trouver !" Dit lokt na-ijver uit, zoals bij een zekere Rombout, laborant aan de universiteit: "Tu agis par intérêt "
Terwijl rondom hem de kunstenaars tekenen, schilderen, schrijven, eten, gesprekken voeren, herstelt Charles ook de schoenen van bedelaars en "dit allemaal voor niks", Om het 'versteende' leder van de schoenzolen zacht te krijgen, legt hij de schoenen in een kokende ketel water die op zijn kachel staat te pruttelen. Tijdens het gesprek, of beter tijdens de monoloog die Van. Vooren afsteekt tegen 'profiteurs' en voor de hulp aan 'arme' kunstenaars, springen een haan en een zieke kip op de tafel(.• Misschien zou hieruit kunnen afgeleid worden dat Emile Van Vooren met de gevestigde kunsthandel in de clinch lag. )
Zetten wij al deze feiten op een rijtje, dan kunnen wij niet anders dan besluiten dat zich in die huiskamerportiersloge - naast een tempel van de wetenschap - een bont allegaartje verzamelde: Emile, huisbewaarder - schoenlapper - beschermer der schone kunsten - verzamelaar van sigarenkisten - orateur - kunsthandelaar uit liefdadigheid, verder een oude hond, luisterend naar de naam 'Fifille', een haan, een zieke kip, enkele duiven, een kanarievogel, en bezoekers als een magischtisch auteur, een etser van karikaturen, diverse kunstschilders waaronder zeker één duidelijk krankzinnig, het strafwetboek citerend, enz., enz ... terecht "une cuisine.des fous".


De Lochte Genteneirs


Onze vriend Emile Van Voor en zullen we ook nog bij een andere gelegenheid ontmoeten, zoals in een artikel van 'gazetschrijver' K. Lybaert. In 1919 handelt deze over de bekende Gentse volksmaatschappij 'De Lochte Genteneirs', "een groep menschen, in maatschappij vereenigd, die zich oefenen in het uitvoeren van pantomiemen, welke op de Gentsche kerrmis eene eereplaats innemen op het stedelijk feestprogramma. "(De Vriese, L., Verhalen en schetsen uit mijn werk, in: Oostvlaamse Zanten, Gent, 1931, jg.6, m.l, p.12-40. Hierin wordt een artikel opgenomen dat de journalist K. Lybaert in 1919 schreef over 'De Lochte Genteneirs'.)
Op het einde van het artikel lezen wij het volgende: "Onze Gentsche meester-etser Jules De Bruycker, een onovertrefbare humorist, heeft eene schilderij gemaakt in 1913, een dansfeest der 'Lochte Genteneirs' op de Oude Beestenmarkt voorstellende. 't Is een meesterwerk, dat duizenden waard is en waarop zijn vriend Emiel Van Vooren, lokaalhouuder der Hoogeschool, en gelukkige eigenaar van het doek, terecht fier is. "
Besluit
Nu we te weten zijn gekomen welke lieden samenkwamen in de huiskamer van 'L'ami Emile', hoeft het ons niet te verbazen dat een Verwest of een Dessenis deze ontmoetingsplaats hebben vereeuwigd of dat een bekend schrijver er een novelle aan wijdde.

Met deze bijdrage hebben wij de lezer kennis laten maken met een originele Gentenaar die misschien wel een plaatsje zou verdienen in één of andere 'Galerij van Gentse typen'. Het schilderij van Verwest toont de man, verdiept in zijn krant, "A travers des lunettes bleues, les yeux du concierge absorbaient des lignes titubantes d'un journal... " Hij zit tussen zijn boeken, naast een 'ronkende' kachel, de muren zijn gedecoreerd met een schilderij van een jong meisje (zijn dochter Mariana-Carolina) en een hond (Fifille ?), een ingelijst zelfportret in terracotta, een schilderij met een haan en een kip, enz.
Tot slot keren wij nog even terug naar 'La cuisine des fous' waar F. Hellens de alomgekende Gentenaar Jules De Bruycker als volgt introduceert: "... Le dessinateur occupait dans la cuisine du concierge une place marquée. Monsieur Charles l'admirait avec une naïveté d'enfant devant un prêtre, bien que le priviligié ne parût pas s'en soucier, se contentant de trouver le feu excellent, les cigares fins, la place commode et lucrative. Son nez mobile de fourmilier semblait sans cesse chercher le fumet sensuel des choses. L'atmosphère surchauffée de cette cuisine, ou passaient des effluves d'animalité dans le relent gras des nourritures, convenait à ses instincts flaireurs; il y faisait ses meilleures études, tout en ayant l'air uniquement de se chauffer et de causer ... Mag het geen zegen genoemd worden dat Emile Van Vooren als het ware een sfeer heeft geschapen waarin De Bruycker zijn beste werk heeft voortgebracht ...

R. De Vriendt- Mores R. Van de Walle

Met dank aan de Heer Jean-Paul Den Haerinck en Mevrouw Nicole Verschoore voor de onschatbare medewerking.

Biografie

Opleiding
Op 14 jarige leeftijd is hij leerling van de schilder en lithograaf Armand Heins. Hij volgt tegelijkertijd de lessen aan het Koninklijke Academie voor Schone Kunsten onder begeleiding van de beeldhouwer Louis Mast, de schilders Jan Delvin, Jules van Biesbroeck Sr en Louis Tytgat. Hij is er één van de beter leerlingen van zijn tijd;
• 1e jaar lineaire tekening eindigt hij 2e
• 2e jaar volume is hij eerste
• 3e jaar antieke koppen is hij 2e
• Het 4e & 5e torso en antieke figuren doet hij in 1 jaar en eindigt er als 6e
• In het 6e jaar, levend model ontvangt hij de eerste prijs en ontvangt een gouden medaille.
Voor de richting toegepaste kunsten met specialisatie Architectuur ontvangt hij een grote onderscheiding en een prijs buiten wedstrijd(1907-1908) Tijdens de Eerste wereldoorlog verschuilde hij zich in Nederland tot 1920
Hij ontvangt de een zilveren medaille voor de wedstrijd Nijverheid en wetenschappen in 1904, en in 1911 ontvangt hij de gouden medaille voor de wedstrijd van de Syndicale Kamer.

Andere invloeden
In 1913 gaat hij op studiereis naar Italië met zijn klasgenoot Alfons De Cuyper, na een aantal muurschilderingen te hebben gerealiseerd voor de Wereldtentoonstelling van Gent die dat jaar gehouden werd.
Verwest werkte ook samen met architect Oscar Van de Voorde, voor wie hij verscheidene tekeningen maakte.

Beginjaren
Hij huwt te Gent op 1 augustus 1925 Gilberte Marthe Françoise Van Muylem. Zij is de zus van de Beeldhouwer Armand Van Muylem. In 1931 installeert hij zich in Heusden en verbouwd er een klein huisje tot woonst en atelier.
Dat jaar wordt hij ook benoemd aan de Academie van Kortrijk waar hij zich wijdt aan de lessen Torso (1e jaar), Antieke figuren (2e jaar), Levend model (3e jaar), anatomie(4e jaar), Proporties (5e jaar), Stilleven en Levend model (6e jaar). Hij zou er 20 jaar lesgeven. Een van zijn leerlingen is de kunstenaar Octaaf Landuyt, later leeraar aan de stedelijke normaalschool te Gent.

Realisaties
In 1932 tekent hij voor de architect die de tunnel voor de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Laken ontwierp. Zijn specialiteiten waren; schilderen met olieverf, aquarel, gouache, eaux fortes, litho en lino, boekillustraties, publiciteit, decors en sculpturen (portretten, modelages en moulages).
Hij exposeerde op het driejaarlijkssalon te Brussel, Antwerpen, Luik en Gent. Tussen zijn werken die getoond werden in verschillende Belgische musea, is er een portret van Koning Albert I (Houtskool), Museum Het Steen te Antwerpen, een portret van Emmanuel Viérin, kunstschilder, en van Charles Debels, architect , beiden ex-directeur van hetAcademie van Kortrijk (olieverf op doek). (te zien in de portrettengalerij van de academie)
Hij maakte illustraties voor zijn vriend, dichter Edgard Tant; hij ontwierp decors voor zijn andere vriend,Michel van Vlaanderen; voor de Gentse Vooruit maakte hij verscheidene grote doeken die de arbeidersstrijd voorstellen.

Overlijden
Op 1 juni 1957 overleed Verwest te Heusden, een streek waarvan hij zeer veel hield en die hij vaak op doek heeft gebracht. Hij ligt er eveneens begraven.

Tentoonstellingen
Een retrospectieve tentoonstelling van zijn werk werd gehouden in de raadzaal van het gemeentehuis te Heusden op 19 en 20 april 1969.

Tentoonstellingsoverzicht-Jules Verwest

Kritiek uittreksels:

· 19-5-1914« Le Bien Public» - Ayant eu la chance de voir Naples, Venise et Florence ... , Verwest possède un coloris puissant que les Vénitiens semblent avoir corsé
· 22-5-1914 «La Semaine Gantoise» - Mr Verwest nous offre une grande toile «Avant l'orgie» intéressante par la composition et le coloris.
· 3-12-1915 «Handelsblad - Nederland» - ... Een brok« De-Demsvaart» van]. Verwest van een zeer eigen visie en coloriet.
· 20-8-1918 «« De Maasbode - Nederland »In het werk van de Belgische schilder]. Verwest leeft een mystiek karakter.
· 16-11-1920 « Le Bien Public » - J. Verwest a envoyé une excellente épreuve à tendance cubiste.
· 8-7-1921 « Vooruit» - Knapgeziene en behendig uitgevoerde portretten.
· 1-8-1923 « Vooruit » - ... " Een goede studie van het « Amsterdamse Rembrandt plein »bij de uitgang van de schouwburg is van zwierige uitvoering.
· 27-12-1924 «Het Laatste Nieuws» - Een «naaktfiguur» alsmede de «Lijnlopers » en de «Oude man»bevestigen de faam van Verwest als figuurschilder.
· 31-12-26 «Vooruit» - Hij is gekomen tot de periode welke gevoelen laat dat de artiest volle kunstenaarskracht heeft bereikt.
· 1927 «L' Art et les Artistes Paris » - Esprit curieux. et chercheur, ... Le tableau qu'il exposait au salon de Liège, est une oevre d'une expression et d'une facture fort intéressantes.
· 26-8-1932« Het Volk» - ... Want Verwest is vooraf een schitterend gedrild technieker, van af zijn jeugdjaren opgegroeid onder leiding van meesters van de tekenstift.-
· 4-7-1936« Het Volk - De Tijd» - Hij is een man met bijzonder rijke verbeelding.
· 26-11-1938 « Het Volk» - Frisse, rake noteerder van het natuurleven.

Zonnebloemen

Zonnebloemen
77x100cm

Middelburg

Middelburg
1902 potloodschets

Spierstudie

Spierstudie

Gent Begijnhofplein

Gent Begijnhofplein
1917 potloodschets

Kotrijk

Kotrijk
1942 potloodschets

Emile Van Vooren

Emile Van Vooren
1909 olieverf op doek 74,5 x 63,5 cm

Bloemen in een vaas

Bloemen in een vaas
1910

Affiche 1938

Affiche 1938

Hoeve De Groote

Hoeve De Groote

Koestal hoeve De Groote

Koestal hoeve De Groote

Japanezen potlood studieschets

Japanezen potlood studieschets

Nature morte

Nature morte
Olieverf op doek (normaal in kleur)

Stilleven

Stilleven

Molen

Molen

Ruiter met Nar

Ruiter met Nar

Lerarenstaf Academie Kortrijk

Lerarenstaf Academie Kortrijk
Spotprent