Boerderij te Heusden O.-Vl.

Boerderij te Heusden O.-Vl.

Boerderij te Heusden

Boerderij te Heusden

dinsdag 7 mei 2013

"La Cuisine Des Fous"


P44
Naar "La cuisine des Fous"
De vriend Edgar Tant heeft me vandaag een paar boeken meegebracht, ter lezing. Het zijn "les Hors-le-Vent" en "Les Clartés latentes" door Frans Hellens. In "Les Hors-1e-Vent" lees ik "La cuisine des fous", het was eigenlijk daarvoor dat ik het boek in bruikleen vroeg. Ik heb mij echt verkneukeld bij de lectuur ervan. De typen:zijn goed geschilderd. Nochtans wil ik ter verduidelijking enige ophelderingen geven.
Voor de oorlog 1914-18 kwam ik nogal dikwijls bij de conciërge der Universiteit (Volderstraat)» Emile Van Voren en niet "Monsieur Charles" zoals Frans Hellens hem noemt. Vergaderingen zoals in het boek voorkomen woonde ik nooit bij, alhoewel ik af en toe kennis maakte met de een en de ander»
"La Corneille" beter gekend onder de naam van "Cies de Kale" (Georges Van de Waele), schilder en niet beeld­houwer zoals in 't boek, ook niet "Bernard", kwam er op ongeregelde uren binnen, was immer luidop tegen zich­zelf aan 't babbelen» nam ©en sigaarke uit een kokertje dat midden de keukentafel stond, stak het aan en verdween gewoonlijk zonder iemand te hebben gegroet of aangesproken Zijn tekenboek onder de arm, cigarillo tussen de lippen, liep hij gewoonlijk midden de straat luidop aan 't babbelen.
"Emile" de conciërge had soms dienstorders te vervullen en verdween voor een tijdje tussen de zuilen 't eigenlijke hogeschoolgebouw binnen.
Ik heb enkele schilderstukken gemaakt, eens de keuken, die een echt interieur van oude prentenverzamelaar of                                                                                                                  P45

beter antiquair zou kunnen zijn, en een paar maal zijn salontje, een klein museum. "De keuken", berust op 't ogenblik bij mijn schoonbroer Emile C. , "Het Salontje", l exemplaar is eigendom van Mme E.D., en het tweede verkocht ik destijds aan de ondernemer M.
Soms kreeg ik bezoek van "Cies" die vond dat ik te lang stond te werken aan 't schilderij, dat men onver­mijdelijk een resultaat moet bekomen, en dan verdween zonder boe noch ba te zeggen, de keuken door passeerde, een sigaartje nam, het aanstak, en de straat op liep immer maar raaskallende over "de lente". Nooit heb ik goed begrepen wat hij uitkraamde, doch nu sinds ik het werk van Frans Hellens las, weet ik beter wat er van is.
Een avond was ik uitgenodigd op 't atelier van Constant Permeke, in 't Paterhol. Cies had ook zijn werkhuis in dat deel van 't oud klooster in de Kalversteeg. Ciea was boven en Constant beneden. Men ging naar boven langs een draaiende stenen trap. Na de Academie, was ik met Constant mede gegaan, men zou er eens iets beleven dat niet alledaags was. Constant had een blikken doos genomen en een lang touw er aan vastgehaakt. Hij had de doos voor de deur van het atelier van Cies geplaatst, het touw langs de muur gelegd tot binnen in zijn eigen werkplaats en de deur om zo te zeggen dicht gedaan.
In afwachting van de komst van Cies zaten in t donker een pijp te roken. Cies die in zijn oude dagen ook nog naar de Academie ging, ik meen mij te herinneren dat hij daar de leergang van modeleren volgde, van waar Frans Hellens hem misschien als beeldhouwer wilde doen doorgaan, hoewel ik het betwijfel daar het boek voorzeker vroeger geschreven is, Cies dus kwam ook huiswaarts na de lessuren, doch niet de kortste weg nemend was hij ver na ons.
p46
Daar was hij.
"Als ge mij dezen nacht niet slapen laat...enz...enz..." Cies klom de trappen op. Aan zijn deur gekomen, trok Constant aan t touw, de doos kwam met veel geluid van de trappen gerold en Cies daaracnter al roepend en tierend.
"Die srn.... ze gaan weer herbeginnen,zij gunnen mij geen
ogenblik rust, ik zal naar de gendarmerie gaan, ik zal ze wel vinden die smerige ros... . Ach ge wilt Mij niet laten werken en in den nacht mag ik niet slapen, ge zit weeral met uw lentillé’s op mij omdat ik geen proporties meer zou zien.
Cies weer naar boven en Komt terug Met de deuren zijner kleerkast die hij op de koer gooit en er begint op te stampen.
"Ha, rosse, nu zit ge buiten en ge komt van nacht niet meer binnen,"
Hij weer naar boven. Zijn deur wordt dicht gestampt met groot geweld. We horen hem Daar immer babbelen en rondlopen.
We verdwijnen; Constant (soldaat zijnde) naar de kazerne, en ik huiswaarts,
Als we buitenkomen staat de conciërge met zijn vrouw in hun deurgat, met een zekere schrik op hun gelaat, alhoewel ze dat liedje van "Cies met zijn lente" kennen. "Hij heeft het weer eens zitten." zegt de vrouw, terwijl haar man Paul (kuiper van beroep), met een stenen pijp -tussen zijn tanden achter haar staat en zwijgt.
Frans Bellens zegt niets te weten van die "deux parentes, viailles et cupides", doch'"Emile" heeft me eens verteld dat het twee tantes waren van Georges Van de Waela, die er redelijk goed voorzaten en Georges aanrieden, destijds, geen schilder te worden.  In zijn jonge jaren moet hij wel goed werk gemaakt hebben en een zekere lokale faam genoten hebben.
P47
Mijn vriend Maurice Dupuis, huidig conservator van ‘t museum in 't park te Gent, kreeg vroeger speciale schilderles van Van de Waele. Dit was in de tijd dat ik met Maurice (schoolkameraad) s zondags naar buiten ging schilderen. Bijna altijd naar Wondelgem. Ik was- zowat dertien of veertien jaar, Maurice misschien een weinig ouder.  Hij sprak me dan met veel respect over zijn leraar en vertelde me ook een en ander.
Maurice mocht niet schilderen van zijn moeder, of beter geen schilder worden, hij moest naar de Nijverheidschool voor mekaniektekenen. Ik zou na schooltijd graveur worden Maurice werd tekenaar, verliet Gent voor vela jaren, kwam terug, werd leraar aan de Nijverheidsclool. Begon weer in 't openbaar als schilder vooruit te komen en is op dit ogenblik "Conservator van 't museum van Gent (schilderijen, beeld­houwwerken, etsen, enz.) in 't Park.
Ik werd graveur bij Armand Heinz, liet dit in plan om te schilderen en werd in 1931 leraar aan de Academie der stad Kortrijk, leergangen Tors, antiek beeld, Levend model, proportieën, ontleedkunde,en al wat het schilderen betreft.
's morgens vroeg, ongeveer 5 uren, 's zondags ging ik Maurica halen» ik woonde Bijlokevest 21 of 23 (de nummers zijn soms veranderd), en Maurice Van Wittenbergstraat (Rabot) juist naast den geuzentempel.
Bijna altijd was er discussie bij de Dupuis. Maurice mocht niet mee; zijn moeder, een weduwe met drie kinderen (wel geen kleine kinderen meer) verzette zich, alsook zijn zuster. Het was daar een onder en boven lopen en discussiëren zonder ophouden, tot gewoonlijk Maurice me kwam vragen maar op te stappen, dat hij mij wel zou inhalen.
We bleven gewoonlijk de ganse dag, en werden soms ver­voegd door enkele kameraden. Gewoonlijk als we te Gent terug waren, was het gezelschap aangedikt; zo waren daar de
P48
“Lempierre's" die ik niet verder gevolgd heb in 't leven, een der "broers is jong gestorven, en ook was Jules Jaxx gewoonlijk in 't gezelschap, deze is de gekende hoeden­maker die nu op 't ogenblik een tentoonstellingszaal open­houdt op de hoek Kouter en Zonnestraat te Gent; hij is de schoonvader van de eigenaar der tentoonstellingszaal "Bruninckx", te Brussel aan de Porte Louise, Avenue de la Toison d'Or.
In "La cuisine des Fous", is er spraak van "Jules, 1e caricaturiste", dit moet Jules De Bruycker zijn, de wel­bekende etser van groot talent.
Emile vertelde mae eens hoe hij er toe gekomen is van Jules De Bruycker, tapissier garniseur, die ook tekende en akwarelleerde, de grote vermaarde etser te maken.
Jules volgde de leergangen ter Academie, en zag met leedwezen dat veel medeleerlingen als jonge kunstenaars stilaan naam verwierven als kunstenaar.
Zekere dag ging het hem te ver, en kwam da vermaarde keuken binnengestoven met uitpuilende ogen en woedeschuim op de lippen, raaskallende dat hij aan einde aan zijn leven ging stellen en in de Leie springen.
Emile kalmeerde hem, want eenvoudige conciërge zijnde had hij zijn kerels wel in zijn hand en kon ze temmen. Hij vroeg hem goed te overdenken vooraleer iets uit te voeren, "Breng mij enige studies" zo zegde Emile "ik zal ze voor u aan de man brengen."
Het lukte, Jules was gekalmeerd, en bracht het gevraagde. Emile, als conciërge in kontakt zijnde met hoogleraren en andere vooraanstaande intellectuelen verkocht- van tijd tot tijd een werkje. Hij gaf Jules de goede raad met het verdiende geld verder te werken en niet op zwier te gaan. Iedere maal als Emile iets verkocht had, eiste hij van Jules een ander werkje. Jules" maakte ook etsen, Emile verkocht ze voor hem. Emile sprak enkele kunstkritici over De Bruycker,
P49
ze schreven artikelen met veel lof, en Jules De Bruycker was goed op dreef en gered.
Een avond dat ik in de stad wandelde, ontmoette ik Emile, altijd met zijn twee zwarte hondjes aan den band, een sigaartje in de mond, doch nogal zenuwachtig want zijn puntbaardje wipte gedurig omhoog en scheen de asse van zijn sigaar te willen afgooien,
Emile, zeer plechtig en aangedaan :
"Jules, hebt ge soms niet een van die heilige tegengekomen, ge weet wel wie ik bedoel ?"
Ik,onwetend in die kwestie, kon daarop niet antwoorden. We liepen een poos naast elkander, toen Emile ineens een postkaart uit zijn zak nam en driftig zegde : "De kerel die dat geschreven heeft zal weten aan wat prijs :" Ik wist nog altijd niet waarvan sprake.
Daarna vartelde hij mij het gebeurde.
Jules De Bruycker had een schilderij gemaakt, de "Lochte Gentenaars”, een dansfeest (volksfeest) dat gewoonlijk in die tijd op de oude beestenmarkt plaats greep op Gentse Kermis. Emile was een avond laat met net schilderij onder de arm gaan aanbellen bij Minne, de beeldhouwer (naderhand baron geworden), deze was reeds te bed en had uit zijn venster tot Emile gesproken. Emile had met veel "emphase" over het schilderij gesproken, volgens hem een echt meester­werk, Minne, gestoord in zijn slaap had hem zenden wandelen.
Een paar dagen nadien ontving Emile een kaart vanwege Mme. Braun (vrouw van toenmalig burgemeester van Gent), waarin gevraagd werd het schilderij ter inzage te brengen bij haar thuis, Koophandelsplaats.
Emile, niet vermoedende dat men hem iets aan 't bakken was, was direkt opgetrokken met 't meesterwerk van zijne Juul... Wat een teleurstelling als men hem zegde dat Mme Braun niets geschreven had en het dus een vals bericht was, (valse stempel en vals handteken.) (De stempel was eigen­lijk niet vals doch valselijk gebruikt.)
P50
Nu, die avond dat ik hem ontmoette, wilde hij te weet komen vanwaar dat uitkwam. Hij koesterde verdenkingen tegen Minne, doch nog meer tegen Albert Servaes, die toen reeds die heiligen schilderde, met hele karrevrachten, (Albert Servaes, op dit ogenblik opgezocht om zijn vuile houding tijdens de bezetting 194.-45)
Emile was het hart in, heeft nooit geweten wie de aan­stoker was, doch vertelde me eens dat men wist wie het vals handteken gezet had en de stempel gebruikt, en dat die kerel, een officieel ambtenaar, goed zou gestraft worden.
Jules De Bruycker heeft meer dan een tekening gemaakt naar "Cies de Kale”1, ook bestaat er een ets van "Cies met een vogel, waarschijnlijk een kale"; deze is prachtig gelukt, een echt meesterwerkje.
Om een beter gedacht te hebben hoe die bezoekers van "La cuisine des fous" met elkander omgingen,"wil. ik nog iets vertellen dat ik van Emile zelf vernam. Het gaat over "Cies", "La Corneille".
De gewone gasten van Emile hadden waarschijnlijk in "Cies" een speelbal gevonden, en allen hielpen mede om hem te doen gaan.
Zo hadden se hem eens in zijn hoofd gepompt dat hij zo wonderbaarlijk geleek op een zekere Mr. Blommaert, die destijds woonde in een groot burgershuis dat tegen St. Niklaaskerk aanleunde rechtop de Posthoornstraat te Gent. Volgens hen kon het niet anders of "Cies" moest een natuurlijke afstammeling ervan zijn.
Ze deden hem in de spiegel zien en hem persoon­lijk overtuigen van wat ze hem opdisten. Cies scheen daar niets van te begrijpen, doch zijn vrienden van "Ia cuisine des fous" brachten hem wel aan 't verstane dab er iets mede te doen was. Ze vonden dat hij moest trachten een voet ia huis te krijgen om zodoende met zijn echte natuurlijke vader in kontakt te komen. Men kwam tot het besluit dat
P51
onze "Cies" met de meid moest kennis maken en dat dit het beste en afdoendste middel was. Zo gezegd zo gedaan. Na zijn kop te hebben op hol gebracht was hij vast besloten het plan ten uitvoer te brengen.
Het lukte; Cies begon met de keukenmeid en had vlug een voet in huis, of beter in de keuken; van tijd tot tijd mocht hij komen delen van de brokken en raakte helemaal op dreef.
De vrienden van Emile waren tevreden over de uitslag, en lieten niet bij de eerste gelegenheid de bol van "Cies" nog meer op hol te brengen.
Nu moest nog 't voornaamste gebeuren, in aanraking komen met Mijnheer, hoe dat zou moeten geschieden bleef voor "Cies" een raadsel.
Een avond was hij weer aan huls, in de keuken natuur­lijk, bij de Blommaerts. Na wat gegeten te hebben, verzocht de meid, die waarschijnlijk Marie heette, onze “Cies” om boven op haar kamer te gaant daar ze moest opdienen, er was groot bezoek en ook gevaar dat Mme. wel eens in de keuken zou komen.
Onze goede "Cies" trok naar boven, doch het wachten, dat te lang duurde, verveelde hem en hij liep op de palier over en weer. Het was er donker.
Mme. die gerucht hoorde boven, wilde eens zien wat daar gebeurde. Cies, hoorde voetstappen op de trap, kon het niet meer houden van verveling, en zegde nogal luidop en zijn handen uitstekend om de persoon aan te raken die naderde : "Zeg, Marie, 't begon mij hier nogal te vervelen, het was tijd dat ge daar waart."
Wat een ontploffing als onze "Cies" vernam dat niet Marie maar Mme voor hem stond, hem direkt buitenwalste en Marie die uitleg moest geven insgelijks aan de deur werd gezet.
P52
Wat een ontgoocheling !!  En of de vrienden uit "la cuisine des Fous" "La Cornaille" deden gaan !
"L’homme qui avait tué sa mère" Zag er uit als "La Corneille" en zou zelfs voor zijn broer kunnen door­gaan. Het was een zekere "Verviers" die woonde in die tijd enkele huizen voorbij mijn woonst op de Bijlokevest. Dan was het een beenhouwerswinkel, naderhand werd het een
viswinkel.
De familie van de vleeshouwer "Serafién" was juist zoiets dat pasta bij kerels als "Verviers".
Hij betrok een kamer op ’t eerste, zag er altijd schuchter en zeer teruggetrokken uit, de schouders opge­stoken en slappen hoed over de ogen getrokken. De beenhouwer had een dochter "Idalie", die nog gediend had in een bordeel langs de haven te Antwerpen. Menigmaal kreeg "Verviers" nachtelijk, bezoek van "Idalie", hij dacht ook vervolgd te worden zoals "Cies van de lente, vluchtte van de ene hoek der kamer naar de andere, onder bed, over bed, en als hij kans zag de deur uit, trappen af en de straat op, tevreden eindelijk verlost te zijn van zijn kwelgeest.
"Idalietje" gaf niet op, doch onze kloeke "Verviers" "L'hommee qui avait tué sa mère" verhuisde en kon zo aan de bekoring ontsnappen.
In "La cuisine des fous” Kwam een apotheker, beter gezegd een hulpapotheker, als habitué; dit kan die "baron" zijn waarvan spraak is. Daar vernam ik niets bijzonders van, dit was misschien maar vulsel, hoewel "Eimile" vond dat het een "intelligence" was.







zaterdag 14 augustus 2010

Dagboek pagina 21-22-23-24-25 "Naar Latem"

Naar Latem
Mijn jongere en jongste zuster mocht ook school gaan tot haar 14 de jaar. Dit was een evenement voor die tijd. Ze leerde goed.
Naderhand zou ze ook werken, ze leerde verscheidene stieltjes. Alle vijf stappen was ze wat anders.
Nog betrekkelijk jong huwde ze Berten Delabarbe, toe¬komstig kunstschilder. Zoon van goeden huize, doch kunstenaar willende worden werd hij uit de familie verbannen. Een vaste regel in de burgermiddens toentertijd.
Berten, buitengezet, ging bij zijn vriend Free Delamontagne op zijn atelier Wonen. Na een tijdje gingen ze samen naar Lateim wonen, de kolonie der Grote Artiesten; daar moesten ze zijn.
Daar waren reeds enkele speciale specimens zich gaan nestelen.
Valere de S.... kunstschilder, Baron Joris is... beeldhouwer, in die tijd verre van baron, de gebroeders "Du Désert" schilder en letterkundige; Julius Praater; de Fons mogen we natuurlijk niet vergeten, ook kunstschilder, ene der eersten die te Latem ging wonen, en nog anderen.
Valère en Joris kwamen uit de lange gang in de Belle vue straat te Gent. Daar was het een echt samenzweringsoord. Velen liepen er over de zeel. Er werd daar gecom¬plotteerd tegen de veiligheid van de staat en recepten gemaakt voor het vervaardigen van bommen? Enfin een nest van anarchisten, maar anarchisten met de tong natuurlijk.
In één plaats nestelden ze allen samen, zwart van armoe waren ze voorstanders van het talrijk huisgezin. Aangezien de goede God de vogels liet leven, zo dachten ze dat hij wel voor de voeding van hun talrijk kroost zou zorgen. Hij aanhoorde hun bede niet en ze zouden het anders beproeven. Ze trokken naar Latem. Woonden in den beginne onder de bloten hemel, denkende zo meer in 't zicht van den Heer te zijn dan in de lange gang. 't Hielp niet veel, en ze besloten dan maar van taktiek te veranderen en na korten tijd zaten onze oproerlingen dagelijks in de kerk te bidden met uitgestrekte armen en klappertandend, en ziezo ze werden aanhoord. De verkoop van hun werk werd goed. Ze waren gekomen waar ze wilden, en onze aspirant anarchisten werden da vroomsten onder de vromen, en aanzien als de grootsten van hun tijd.
Kunstkolonie te Latem
Den Berten en Free wonen te Latem aan de Leie, de kolonie der kunstenaars allerhande. We zijn in Juli en 't weer is prachtig. Nu zijn ze in hun schik. Free zorgt voor het nodige.
De eerste dag zijn ze vroeg uit de veren en staan reeds
om 6 uren een serenade te zingen voor het huis van Fons,ene
der eersten die hun kamp te Latem vestigden.
Deze, nog half dronken van de nachtpartij bij de Maebe’s, verschijnt met verwilderden kop aan 't vanster mijner slaap¬kamer, is zeer gecharmeerd over dat hoge bezoek en doet in zijn vliegende vaan de deur open om de twee nachtegalen binnen te laten.
De Fons gaat vlug zijn broek aantrekken en inviteert de maten op een lekker haringske en een kruik schuimend bier. Het trio is goed op dreef, de ene kruik na de andere wordt leeggedronken en elk eten ZO een drietal haringskens. Juist om nog meer dorst te krijgen.
De vrienden zijn gekomen om hun goede buurmanschap met een pot schuinend bier te bezegenen en tevens eens het werk van de Fons te zien.
Ze verzeilen naar 't atelier en na hun zesde kruik Oudenaards, beginnen ze zeer spraakzaam te worden. De Fons voelt zich opgetogen en stelt voor eens verder te gaan en voor het tien uren slaat op de Kerktoren, staat hij opnieuw bij de Maebe's te zingen, lijk 'n lijster, bijgestaan door den Berten en Free.
"Le veau d'or est toujours debout..."
"Vrienden," zegt de Fons, "voor 'n keer dat we samen
zijn gaan we elkaar vandaag niet verlaten."
Berten en Free gaan akkoord en vooruit nu maar naar de
golfclub. '
Ze komen echter aan 't "Visschershuis" terecht. "Daar zijn een paar mooie kinderen." zegt Fons.
Allen zijn overtuigd dat ze daar moeten zijn en stappen, niet vast meer op hun benen, 't café binnen, elk met een lange stenen pijp in de mond en in zeer goede stemming. De oudste dochter dient op. De jongste speelt piano en de Fons zal een air uit "La vie de Bohème" afdraaien, ter ere der twee vrienden, nieuwe ingezetenen der gemeente, om hun welkom te bezegelen.
Berten en Free beginnen al scheel te Kien en Fons krijgt een schorre stem. Hij moet een snapske hebben; van al dat schuimend bier gaat zijn stem aan 't verflauwen. Na een, komt twee en drie, en zo verder.
De vrienden kunstbroeders beamen de filosofie van Fons, over de stem, en zullen trachten hun stem op toon te zetten met ook enige kleine glazekens te pakken.
Kort na de noen inviteert de Fons op hen eten van een proper haringske bij hem thuis.
Ze laveren de steenweg over, slaan van tijd tot tijd eens door hun knieën, hun pijpen dampen nog steeds gelijk fabrieksschouwen, ze zien er overgezond uit en landen nog¬maals bij de Fons aan.
Terwijl ze de visjes naar binnen draaien, valt da ene na de andere in slaap. Het trio is van de wereld verdwenen. Fons heeft de snik. Berten moet puffen, en Free krijgt het aan de stok set zijn buik. Er komt een waaiende wind, zo geweldig dat de anderen ineens klaar wakker zijn, doch hij moet ijlings naar 't kabinet, hij kan bijna intijds zijn broek niet uitdoen, nog één ogenblik en 't was zo laat.
De Fons stelt voor in de Leie te gaan zwemmen, en het drietal trekt er op los. Ze gaan achter de kerk, en na enkele stonden liggen de drie vrienden gelijk bliekjes in 't water te drijven. Van zwemmen komt niet veel terecht; daar verschijnt de sjampetter, ze zijn aan de overkant der Leie geraakt.
De sjampetter dreigt met een proces-verbaal voor openbare zedenschennis.
De Fons heeft wel te zeggen, dat hij de streek leert kennen aan twee nieuwe geburen. De man van de wet wil niets aanhoren, ze zitten daar nu padder moeder naakt op de overkant en de sjampetter trekt er van door met hun kleren. - De Fons is echter op een idee gekomen, hij zal alleen terugkeren om naar huis wat kleren te halen.
De boeren denken dat Fons zot geworden is.
Zo midden de klaren dag in adams kostuum over de keien lopen ! "Wat is er toch met de Fons gebeurd ?" Het scheelt weinig of ze gaan de sjampetter halen,
De Fons is middelerwijl thuis, trekt een andere broek en hemd aan, scharrelt wat goed van de kapstok, en weg is hij, recht naar de drenkelingen, die een zonnebad aan 't nemen, zijn in hunnen blote.
Hij maakt de pont van boer Vertriest los en steekt de Leie over, hij gaat zijn vrienden redden.
Elk grabbelt iets van de kleren die Fons meebracht, doch, och arme, den Berten heeft een onderbroek van Fons en een hemd van zijn zuster, en de Free bemachtigt nog slechts een onderlijfje van de tante van de Fons, en een onderrok van zijn zuster.
Het trio vaart terug naar de overkant om op 't gemeente¬huis te gaan pleiten teneinde hun kleren terug te bekomen. Onderweg worden ze gevolgd door de kinderen die juist van school komen en in koor allerlei mooie dingen uitkramen aan 't adres van 't gezellig trio. "Al dat konijneten achter ons k...!" zucht Fons.
Na veel pleiten krijgen ze hun kleren terug en omdat Fons goed gekend is op de gemeente en de twee anderen nog nieuwelingen zijn, zal geen gevolg gegeven worden aan wat zich komt voor te doen.
Ze bedanken hartelijk en beloven plechtig dat het de eerste en ook de laatste maal zal zijn. In 't vervolg sullen ze een broekje aandoen bij 't zwemmen.
Bij 't buiten komen zijn al de kleine snotneuzen verdwenen en de Fons stelt voor, op de goede afloop nog eens tot bij de Maebe's te gaan en hun avond niet te ver¬gallen voor zulks dwaasheid.
's Anderendaags 'smorgends rond zes uren stonden de drie kerels te zingen voor 't huis van de Fons, de pijpen werden nog eens gestopt en rokend gelijk drie turken verlieten ze elkaar, met de belofte 's avonds terug bijeen te komen, maar nu bij de twee nieuwe ingezetenen der gemeente.

Dagboek pagina 19 "Nous allons chez Mr…"

Nous allons chez Mr…
Oogst 1897
'Op veertien jarige ouderdom werd ik aan 't werk gezet. Andere zusters en broers hadden dat geluk niet gekend. Aan tien jaar mochten ze optrekken, trachten iets bij te verdienen, want vader beterde nog niet en 't huishouden was groot en de last te zwaar voor moeder, om nog buiten, haar huiswerk, werk voor anderen te doen.
't was grote vacantie.
Ik zou de school verlaten.
Iedere dag werd me een ander stieltje voorgespiegeld, misschien wilde ik wel schoenmaker worden. Enige dagen later, ziende dat ik geen aanstalten maakte, was het de timmerstiel die werd opgehemeld. Iedere maal als de conferencie begon, suisde ik er uit en ging aan de voordeur staan dromen.
‘s Zaterdags hielp ik voor een buurvrouw, een was¬vrouw, het linnen aan de cliënten brengen. Dit deed ik nogal mekanisch en gewillig, er was drinkgeld te verdienen en moe was tevreden als ik met een groot hart het verdiende overhandigde.
Dikwijls stond ik in 't deurgat te mijmeren, ik zou verder school willen gaan, doch dit kon niet, 'k zag wel dat men in mij een hulp zag opdagen.
Zekere dag, ik stond opnieuw met mijn schouder tegen de muur geleund, naar de hemel te turen, kwam onze gebuur, een Marseillees bij me, vroeg of ik nog naar school ging na de vacantie, zo niet dat hij van iets goeds wist voor mij. Hij zou er eens over spreken met mijn ouders.

't Gebeurde een week later.
'k werd uitgenodigd hem te vergezellen, ik zou lithograaf worden. Daarin dat bestond wist ik niet heel goed, hoewel de verloofde van een mijner zusters van da stiel was. De Marseillees kende geen woord vlaams.
"Nous all ons chez Mr , un grand artiste, me dit-il,
"qui a une imprimerie"
"Ou habite ce Mr. .... ?" lui demandais-je.
"RUE... .., mais il a son atelier à la rue..... tout pres
du marché du vendredi.'
Hij vertelde me een en ander en we kwamen op onze bestemming. Om kort te zijn : ik moest verder mijn frans uithalen, scheen in de gratie te staan en mocht ‘s anderen¬daags beginnen. Ik zou leren graveren, wat meer was, ik moest zelfs niet betalen om in de geheimen van de stiel te voorden toegelaten, dit dank Mr. de Mearseillees, mijn gebuur, die het met een lol goedpraatte.
Als 's avonds mijn toekomstige zwager thuis kwam, was hij ten zeerste, verwonderd, hij die graveur was, dat ik de stiel zou leren en nog/wel gratis. Toentertijd waren al die stielen geheimen en het was slechts met veel moeite dat men er toe kwam zijn stiel te leren.
‘k Vergeet de toneeltjes niet die zich thuis soms afspeelden en ben leerzaam en werklustig. Op 't einde der week breng ik fier het gewonnen geld aan moeder. Ik hoor haar nog zeggen :
"Jongen dat is wel van u, blijf op de goede weg en indien ge later trouwt en vader wordt, denk aan deze tijd en doe niet zoals vader en zovele anderen, 'k weet wel dat ze slachtoffers zijn der slechte toestanden die heersen, doch doe niet mede, werk u op en tracht het beter te maken voor uw kinderen."

De lessen der akademie zou ik moeten volgen, dit was een, der voorwaarden om te kunnen beginnen aan het graveren.
Zij, die een ambacht leerden konden natuurlijk niet opgenomen worden in de kring der jonge artiesten in de dop. We waren te min in hun ogen.

vrijdag 30 juli 2010

Memoires Jules Verwest pagina 18 "De Joconde"

De Joconde
Jules Lamour en Free Delamontagne waren verdwenen. De vrouw van Lamour vertelde me eens dat ze vanwege een dominee nieuws oven haar man had vernomen, doch van Free was niets meer te horen.
Hij was verzeild geraakt in net geroezemoes der grote
stad Phihiladelphia, en wie weet horen we nog immer iets
van hem. Hij, de toekomstige grote kunstenaar, leraar,
had alles in de steek gelaten om met zijn "dulcinéa"
bijgenaamd de "Joconde" een nieuw leven te gaan beginnen
var, zeer ver
Iets was hem echter tegengelopen. De "Joconde" was niet vertrokken.

Memoires Jules Verwest pagina 16 & 17 "Adèle de Bult"

Adele den bult
De zaterdag namiddag moesten we niet naar school. Een der kameraden, had op klaasdag een comedie gekregen, 't was nog al dikwijls vertoning.
Een cent op de eerste bank en een. triepke (halve cent) op de tweede. Elk zat naast zijn lief. Ik was nogal eens directeur, en als ik geen orde genoeg in de piste kon houden trok ik er uit en de vertoning was geëindigd. Algemeen protest, ze moesten hun geld terughebben. of ze zouden;'den "tiaoter" afbreken.
Andere keren moest ik de wacht houden bij de steekkar van "Mélanie" uit de spekkewinkel, zolang of ze weg bleef, wanneer ze om haar gerief ging bij de grossiest. Bij haar thuis komst kreeg ik dan een paar "babbelirs" of "haanepietjes", 'k leefde dan in den hoogste hemel.
's Zondags kwamenn in de namiddag, bij valavond, de kameraden gewoonlijk bij fAdêle den Bult". Ze bakte koeken, wafels en frieten.
Van kort na de noen stak de witte vlag uit bij "Adèle", ‘n stok met daaraan een zak- of handdoek of iets dergelijks Men zag de kameraden rond kuieren, ze wisten natuurlijk nooit of ze bij Adèle zouden gaan, ze gaven zich een air van onverschilligheid. Dan mocht ge zeker zijn dat ze afgesproken waren met een of meer meiskes. Als ge dan binnen kwam rond vijf uren was de koekenbak reeds goed gevorderd en werd het moeilijk nog een plaats te vinden.

Memoires Jules Verwest pagina 13 t/m 16 "Bij tante Louise"

Bij tante Louise
We zijn bij tante "Lowieze".
"kindjes 't is 9 uur, ge weet wat dat zeggen wil, niet ?" Allen tegelijk riepen we : "Ja moe, ja tante "Lowieze" ! Niemand maakte aanstalten om te gehoorzamen. Na een poos riep tante zeer boos :
"Gedaan met gekken, iedereen slapen !" en meteen kreeg iedereen zijn slaapkleed. Er viel niet meer te spotten.
Allen zijn weg. "Eindelijk alleen zucht moe (tante Lowieze).

Binge, Binge, b ing.....
"Die duivelse bel, wat nu, zo laat."
Moe (tante Lowieze) opende de deur. Daar was pa (nonkel
Theoduul), hij had zijn sleutel vergeten.
"Dag moes"
"Gag papie, de kleinen zijn juist naar bed, geef ze vlug
nog een zoentje."
Nonkel stapte vlug de kamer binnen, doch ohé !, van slapen geen kwestie, een echt slagveld, kussens, dekens, allas, alles in de war. "Papie we spelen krijgertje !! Nu is’t genoeg, kom, een zoen en dan te rusten hoor !"

Pa (nonkel Theoduul) ging naar de eetkamer.
Een lange zucht......
"Moe vent ?"
"Ja vrouw, van verveling."
"Och kom laat de boel maar draaien."
In min dan geen tijd had- hij gesoepeerd» waren ze beiden
klaar en gingen te rusten.

Biografie

Opleiding
Op 14 jarige leeftijd is hij leerling van de schilder en lithograaf Armand Heins. Hij volgt tegelijkertijd de lessen aan het Koninklijke Academie voor Schone Kunsten onder begeleiding van de beeldhouwer Louis Mast, de schilders Jan Delvin, Jules van Biesbroeck Sr en Louis Tytgat. Hij is er één van de beter leerlingen van zijn tijd;
• 1e jaar lineaire tekening eindigt hij 2e
• 2e jaar volume is hij eerste
• 3e jaar antieke koppen is hij 2e
• Het 4e & 5e torso en antieke figuren doet hij in 1 jaar en eindigt er als 6e
• In het 6e jaar, levend model ontvangt hij de eerste prijs en ontvangt een gouden medaille.
Voor de richting toegepaste kunsten met specialisatie Architectuur ontvangt hij een grote onderscheiding en een prijs buiten wedstrijd(1907-1908) Tijdens de Eerste wereldoorlog verschuilde hij zich in Nederland tot 1920
Hij ontvangt de een zilveren medaille voor de wedstrijd Nijverheid en wetenschappen in 1904, en in 1911 ontvangt hij de gouden medaille voor de wedstrijd van de Syndicale Kamer.

Andere invloeden
In 1913 gaat hij op studiereis naar Italië met zijn klasgenoot Alfons De Cuyper, na een aantal muurschilderingen te hebben gerealiseerd voor de Wereldtentoonstelling van Gent die dat jaar gehouden werd.
Verwest werkte ook samen met architect Oscar Van de Voorde, voor wie hij verscheidene tekeningen maakte.

Beginjaren
Hij huwt te Gent op 1 augustus 1925 Gilberte Marthe Françoise Van Muylem. Zij is de zus van de Beeldhouwer Armand Van Muylem. In 1931 installeert hij zich in Heusden en verbouwd er een klein huisje tot woonst en atelier.
Dat jaar wordt hij ook benoemd aan de Academie van Kortrijk waar hij zich wijdt aan de lessen Torso (1e jaar), Antieke figuren (2e jaar), Levend model (3e jaar), anatomie(4e jaar), Proporties (5e jaar), Stilleven en Levend model (6e jaar). Hij zou er 20 jaar lesgeven. Een van zijn leerlingen is de kunstenaar Octaaf Landuyt, later leeraar aan de stedelijke normaalschool te Gent.

Realisaties
In 1932 tekent hij voor de architect die de tunnel voor de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Laken ontwierp. Zijn specialiteiten waren; schilderen met olieverf, aquarel, gouache, eaux fortes, litho en lino, boekillustraties, publiciteit, decors en sculpturen (portretten, modelages en moulages).
Hij exposeerde op het driejaarlijkssalon te Brussel, Antwerpen, Luik en Gent. Tussen zijn werken die getoond werden in verschillende Belgische musea, is er een portret van Koning Albert I (Houtskool), Museum Het Steen te Antwerpen, een portret van Emmanuel Viérin, kunstschilder, en van Charles Debels, architect , beiden ex-directeur van hetAcademie van Kortrijk (olieverf op doek). (te zien in de portrettengalerij van de academie)
Hij maakte illustraties voor zijn vriend, dichter Edgard Tant; hij ontwierp decors voor zijn andere vriend,Michel van Vlaanderen; voor de Gentse Vooruit maakte hij verscheidene grote doeken die de arbeidersstrijd voorstellen.

Overlijden
Op 1 juni 1957 overleed Verwest te Heusden, een streek waarvan hij zeer veel hield en die hij vaak op doek heeft gebracht. Hij ligt er eveneens begraven.

Tentoonstellingen
Een retrospectieve tentoonstelling van zijn werk werd gehouden in de raadzaal van het gemeentehuis te Heusden op 19 en 20 april 1969.

Tentoonstellingsoverzicht-Jules Verwest

Kritiek uittreksels:

· 19-5-1914« Le Bien Public» - Ayant eu la chance de voir Naples, Venise et Florence ... , Verwest possède un coloris puissant que les Vénitiens semblent avoir corsé
· 22-5-1914 «La Semaine Gantoise» - Mr Verwest nous offre une grande toile «Avant l'orgie» intéressante par la composition et le coloris.
· 3-12-1915 «Handelsblad - Nederland» - ... Een brok« De-Demsvaart» van]. Verwest van een zeer eigen visie en coloriet.
· 20-8-1918 «« De Maasbode - Nederland »In het werk van de Belgische schilder]. Verwest leeft een mystiek karakter.
· 16-11-1920 « Le Bien Public » - J. Verwest a envoyé une excellente épreuve à tendance cubiste.
· 8-7-1921 « Vooruit» - Knapgeziene en behendig uitgevoerde portretten.
· 1-8-1923 « Vooruit » - ... " Een goede studie van het « Amsterdamse Rembrandt plein »bij de uitgang van de schouwburg is van zwierige uitvoering.
· 27-12-1924 «Het Laatste Nieuws» - Een «naaktfiguur» alsmede de «Lijnlopers » en de «Oude man»bevestigen de faam van Verwest als figuurschilder.
· 31-12-26 «Vooruit» - Hij is gekomen tot de periode welke gevoelen laat dat de artiest volle kunstenaarskracht heeft bereikt.
· 1927 «L' Art et les Artistes Paris » - Esprit curieux. et chercheur, ... Le tableau qu'il exposait au salon de Liège, est une oevre d'une expression et d'une facture fort intéressantes.
· 26-8-1932« Het Volk» - ... Want Verwest is vooraf een schitterend gedrild technieker, van af zijn jeugdjaren opgegroeid onder leiding van meesters van de tekenstift.-
· 4-7-1936« Het Volk - De Tijd» - Hij is een man met bijzonder rijke verbeelding.
· 26-11-1938 « Het Volk» - Frisse, rake noteerder van het natuurleven.

Zonnebloemen

Zonnebloemen
77x100cm

Middelburg

Middelburg
1902 potloodschets

Spierstudie

Spierstudie

Gent Begijnhofplein

Gent Begijnhofplein
1917 potloodschets

Kotrijk

Kotrijk
1942 potloodschets

Emile Van Vooren

Emile Van Vooren
1909 olieverf op doek 74,5 x 63,5 cm

Bloemen in een vaas

Bloemen in een vaas
1910

Affiche 1938

Affiche 1938

Hoeve De Groote

Hoeve De Groote

Koestal hoeve De Groote

Koestal hoeve De Groote

Japanezen potlood studieschets

Japanezen potlood studieschets

Nature morte

Nature morte
Olieverf op doek (normaal in kleur)

Stilleven

Stilleven

Molen

Molen

Ruiter met Nar

Ruiter met Nar

Lerarenstaf Academie Kortrijk

Lerarenstaf Academie Kortrijk
Spotprent